Denkend aan Boy …

Entries tagged as ‘geschiedenis van de UB’

Marco Streefkerk

donderdag, 7 februari 2008 · 1 Reactie

Op mijn eerste werkdag bij de UB werd ik meteen in het diepe gegooid. Er was een EDUBA-lezing georganiseerd. Het was voor mij voortdurend nieuwe mensen ontmoeten, die ik uiteraard moeilijk kon plaatsen. Op een bepaald moment werd ik voorgesteld aan mijn meest directe collega en dat was jij Boy de Haas. Jouw relativerende opmerkingen over de UB, Elektronische Diensten en Ontwikkeling en Innovatie stekden mij op mijn gemak. Ik vroeg je of je, net als ik toen nog, Amsterdammer was. “Uiteraard”, antwoordde jij op jouw bekende wat parmantige manier. Jij had toen nog geen idee van je latere ontrouw. Jij bleek zelfs te wonen op een mij jaloersmakende plek: de Nieuwezijds Kolk. Toen ik stelde dat je dan vast mijn favoriete Amsterdamse kroeg “ In de Wildeman” kende, hoorde ik dat jij daar vrijwel elke avond te vinden was. Vanaf dat moment voelde ik mij thuis bij de UB en dat gevoel is zeker in jouw aanwezigheid altijd gebleven.

 

Aanvankelijk had ik wat moeite met de weinig sociale sfeer in onze sector. Iedereen werkte die tijd keihard onder de bezielende leiding van Kurt en de onderlinge contacten beperkten zich tot “ goedemorgen” en “prettige avond”. Ik wilde daar verandering in brengen bijvoorbeeld door gezamenlijk koffie te gaan drinken. Iemand waar ik nooit tevergeefs een beroep op deed was jij, Boy. Je deur stond nooit uitnodigend open en als ik weer eens binnenkwam voor een praatje had jij altijd een wat verstoorde reactie, maar ik wist dat die gespeeld was. Eenmaal in de kantine of, beter nog, in de zomer op het bankje vóór de UB – jij consequent met je gezicht in de zon – dan verhaalde je enthousiast over de tijden dat de UB nog wel een sociale werkplaats was.

 

Boy, voor mij symboliseer jij als geen ander de ideale, voorbije, UB: oog voor kwaliteit en inhoud, Amsterdamse bluf, onderkoelde humor, lange carrière, innovatief, sociaal, relativerend, innovatief kortom een instituut. Ik zal je missen. 

 Boy, als directe collega-senior-projectleider hadden we samen de afdeling O&I kunnen trekken. Jij liet echter geen mogelijkheid onbenut om te benadrukken dat jij je aandeel had geleverd, dat jij qua projectleiding innovatie mij weinig kon leren, dat jij je tijd uitzat en dat jij in 2008 de bibliotheek zou uitlopen zonder één keer om te zien, na zoveel jaren en zoveel geschiedenis zonder enig sentiment. Ik moest de kar maar trekken zoals jij volgens eigen zeggen ooit gedaan had en zelf de zaken uitvinden. Mijn vernieuwende ideeën konden standaard op scepsis en enige hoongelag van jou rekenen. Maar je was voor mij wel een hele fijne collega en een klankbord voor mijn functioneren binnen de UB-cultuur.  

Het was grappig om jou, die Amsterdamse lefgozer die in gezelschap altijd het hoogste woord had, op het sectoroverleg onder Kurt met een wat bedeesd stemmetje je woorden zorgvuldig te horen kiezen.

 Boy, jij had altijd mazzel: makkelijk aan een baan gekomen, jarenlang in grote vrijheid een onbeperkt aankoopbudget beheerd, de vrije moraal van de jaren zeventig beleefd, automatische salarisgroei, carrière gemaakt op de eerste automatiseringsgolf, grote winst op de huizenmarkt gemaakt, altijd jong, fit en aantrekkelijk gebleven, een tweede leven met een nieuwe vrouw gestart, zuiderling geworden, een riante pensioenregeling.  Maar…het is je gegund.

Categorieën: Elektronische Diensten
getagged: , , , , , ,

Lidie Koeneman

donderdag, 7 februari 2008 · 1 Reactie

Van 1 december 1991 tot begin 1997 was Boy mijn direct leidinggevende bij de afdeling Bibliografische Informatie. Boy gedroeg zich niet als een strenge baas. Integendeel. De officiële werktijden bij de afdeling waren van 8.30 uur tot 17.15 met drie kwartier pauze, hetgeen in de praktijk volgens Boy betekende: van 08.37 uur tot 17.07 uur.  Amper in dienst bij de UB (aanstelling van 12 uren, verder werkte ik bij de faculteit wijsbegeerte) vertelde ik, met bezwaard gemoed, dat ik zwanger was. “That’s life” was de laconieke reactie van Boy. Boy wàs voor mij de afdeling Bibliografische Informatie, of AIC, maar de afkorting hiervan weet ik niet meer. Iedere donderdagochtend hadden we onder zijn leiding werkoverleg aan de grote ronde tafel beneden. Van negen uur tot half tien, uiterst efficiënt, en vaak – in mijn herinnering – met gebak. Enkele namen: Willem en Tineke, Mieke Beumer, Betty, Roelof, Cisca, Laval, Ewa, Bert, ondergetekende en later ook Gré. Er heerste een beetje een sfeertje ‘wij’ versus ‘zij’ , waarbij ‘wij’ bibl. inf. waren en ‘zij’ de ‘uitleen’.  Enfin, Boy kreeg steeds meer belangstelling voor elektronische bestanden en internet (als één van de eerste vakreferenten maakte hij een website voor het vakgebied Engels) en het was niet zo vreemd dat hij onze afdeling verliet en beleidsmedewerker werd bij elektronische diensten.  Tsja, alles werd toen anders en in korte tijd was bibl. inf. verleden tijd. Maar ook “that’s life”!

Categorieën: Bibl. Inf.
getagged: