Denkend aan Boy …

Blogs ingedeeld als ‘Bijzondere Collecties’

Jos Biemans

donderdag, 7 februari 2008 · 1 Reactie

Een mooie anecdote die Boy graag vertelde en op mij een onuitwisbare herinnering heeft achtergelaten, is de volgende (maar misschien hebben jullie het verhaal al).

- ‘Zeg Boy, word jij nu vaak geplaagd met je naam of maken mensen er toespelingen op?’
- ‘Nou dat valt wel mee hoor. Maar er zijn wel eens momenten waarop die naam voor problemen zorgt.’
- ‘Oh ja? Vertel eens?!’
- ‘Ik had eens wat problemen met de belastingdienst, dus ik besloot die lui maar eens te bellen. Ik draai het nummer en wat gebeurt er? Ik word wat doorverbonden, naar de afdeling particulieren ofzo, en de dienstdoende ambtenaar neemt op en stelt zich voor: “Met Konijn”. Dus ik zeg: “Met De Haas”. Wordt die man me toch boos! Ik moest wel even heel goed begrijpen dat ze bij de belastingdienst druk waren en niet van flauwe grappen hielden en dat het konijn niet van plan was om op deze manier met klanten mee te werken. Ik had natuurlijk geen zin het haasje te worden en wist niet hoe snel ik moest zeggen dat ik echt De Haas heette, maar het kwaad was al geschied, mij werd dringend verzocht op te houden met die flauwe grap anders zou het gesprek worden afgebroken. Op zulke momenten moet je razendsnel nadenken en als een haas besloot ik het geïrriteerde konijn te vragen dan toch mijn sofinummer in de typen, dan zou hij zelf kunnen vaststellen hoe mijn naam was.’
- ‘En deed ie dat?’
- ‘Gelukkig wel. Meteen klaarde de lucht op en moest het konijn toegeven, dat het serieus was. Maar het was de eerste keer dat hij door een haas gebeld werd. Hij kon er zelfs om lachen. Het gesprek ging daarna verder in een bijna jolige sfeer en mijn probleem werd vervolgens zonder enig probleem opgelost. Zo zie je maar dat je uiteindelijk ook voordeel kan hebben van je naam. Als je maar de juiste personen tegenkomt!’
Ik wens Boy nog vele gezonde, gelukkige en springlevende jaren voordat hij uiteindelijk toch het haasje wordt.
Hartelijke groet, Jos Biemans

Categorieën: Bijzondere Collecties
getagged: ,

Paul Dijstelberge

donderdag, 7 februari 2008 · 1 Reactie

Een herinnering  Marcel Proust is mijn lievelingsschrijver – ik lees hem al jaren en aangezien hij het menselijk karakter analyseert zoals een chirurg het mes zet in een hart, lees ik hem ook een beetje om erachter te komen hoe de mensen zijn. Ik ben zelf nogal blind in de omgang met de medemens omdat ik altijd loop te broeden over boeken en andere voorwerpen.De gebeurtenissen in “Op zoek naar de verloren tijd” vond ik jarenlang van ondergeschikt belang. Terwijl ik Proust’s analyse van ons aller drijfveren onovertroffen vond, schreef ik de in mijn ogen onwaarschijnlijke gebeurtenissen toe aan het gegeven dat hij nu eenmaal vrij wel al zijn tijd doorbracht in een doorrookt met kurk bekleed hol. Met name zijn beschrijvingen van de relaties tussen de sexen verbaasden mij, dat was onzin, iets voor boeken maar niet voor het echte leven.Dat Proust zich ook in dat opzicht niet had vergist, bleek toen ik na een lang en over het algemeen gelukkig huwelijk plotseling verliefd werd op een ander op een manier die je een of twee keer in je leven overkomt. Ik ben niet erg spraakzaam over mijn zielsleven maar toen had ik een tijdje de neiging om daarover te willen praten met vrienden. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Goede raad had niemand maar stuk voor stuk had iedereen allerlei affaires & een mening over hoe je zoiets deed. Ik zag dat anders en ben gescheiden en nu heb ik een vrouw die ik aanbid en een dochter van wie ik de slaaf ben. Wat heeft dit met Boy te maken? Boy de Haas is in veel opzichten mijn tegenpool: hij is zeer open over zijn leven dat hem ook nog eens veel heeft geleerd zonder dat hij op die kennis prat gaat – de houding van de wijze. Hij kan goed plat Amsterdams praten en groot geweldig veel bier drinken zonder ooit aan te komen, tegelijk is hij een erudiet die het complete Engelse taalscala beheerst als een goochelaar.En toch had ik ook met hem een Proustiaans moment. Vele jaren geleden was er een feest op de UB op de toenmalige afdeling Zeldzame en Kostbare Werken. Ik werkte daar toen voor de STCN en dus ging ik er ook naar toe, samen met mijn collega’s. Met een daarvan had ik een wat gecompliceerde relatie: daar was ik nog veel eerder verliefd op geweest terwijl we ook nog een tijdje een soortement van relatie hadden gehad. Daarna was ze gaan samenwonen met een vriend, wat eerst heel goed en vervolgens wat minder goed ging. We hadden contact gehouden en ze was bij mij komen werken. Eerst beviel dat goed maar na een aantal jaren steeds minder – dat was mijn schuld maar dat is verder niet zo van belang.Samen met haar kwam ik van dat feestje vandaan, waar we allebei flink wat wijn hadden gedronken – niet dronken maar in een goed humeur en zin in meer: wijn, praten etc. We namen de lift van ZKW naar de begane grond, de deur ging opende en daar stond Boy. En toen zag ik letterlijk een blik als een vonk heen en weer schieten. Wie Proust kent: de blik die uitgewisseld wordt tussen Charlus en Jupien bij hun eerste ontmoeting. Op het gezicht van Boy verscheen vervolgens een uitdrukking die door Proust goed is beschreven als de blik die Swan – op dat moment al bijna dood – werpt op het uitbundige decolete van een gravin. De blik van de kenner, die zich verheugt op het aanlokkelijke onbekende terwijl hij tegelijkertijd herinnerd wordt aan het zoete verleden.De lezer zal begrijpen dat hier iets heel moois is opgebloeid. Dit alles is verleden tijd en als ik Boy mag geloven – wat ik zonder meer doe – zijn die dagen voorgoed voorbij. Rustig, lijkt me, maar ook wel jammer. En nu pensioen. Ik hoop dat hij niet gaat fietsen en wandelen en andere oudelullenpraktijken erop nahouden. Maar dat zal wel loslopen. Lezen met een glas Brand erbij, lekker eten en nadenken. Ik wens hem plezier en geluk – van beide oneindig veel

Categorieën: Bijzondere Collecties
getagged: , , ,

Astrid Balsem

donderdag, 7 februari 2008 · 1 Reactie

Toen ik in 1991 in de UB begon te werken, was Boy hoofd van de afdeling Bibl.Inf. (Bibliografische Informatie). Toen was de personeelskantine ook nog gezellig. Alle vakreferenten en conservatoren dronken daar vanaf 9.30 hun koffie, velen onder het genot van een sigaret of sigaar (al deze genotmiddelen waren uiteraard streng verboden op de afdelingen!). Boy was één van de smaakmakers die altijd het hoogste woord hadden. Ik herinner me nog zijn betoog over de voordelen van een afwasmachine. Met zijn voorliefde voor de nieuwste gadgets maakte hij iedereen jaloers met de aankoop van zijn afwasmachine, die toen nog niet iedereen in huis had. Eén van de voordelen was dat je aanrecht altijd schoon en opgeruimd was! Als hij niet in de UBA zijn plek gevonden had, had hij het vast ook heel goed gedaan op de Femina, de jaarlijkse huishoudbeurs.

Ik hoop dat hij heel lang van zijn vrije tijd mag genieten.

Categorieën: Bijzondere Collecties
getagged: ,