Denkend aan Boy …

Blogs ingedeeld als ‘Bibl. Inf.’

Gré Ootjers

donderdag, 7 februari 2008 · 1 Reactie

Boy, kwartiermaker en nieuwsgierig haasje 

1995: De UB had PC’s aangeschaft om medewerkers voor te bereiden op de komst van Pica. Het scholingstraject was achter de rug en de PC’s leken overbodig. Prompt claimde Boy ze voor Bibl.Inf. Hij vond het namelijk hoognodig dat zijn medewerkers leerde omgaan met de PC en internet. Zo ontstond ‘Ragtime’ Iedere dinsdag kon men komen oefenen met tekstverwerken en internet. Terwijl de UvA nog aan Gopher dacht en er voorzichtig mee begon had Boy al oren naar mijn plan om voor Bibl.inf een WorldWideWebsite te maken. Dankzij Ragtime waren de vakreferenten in staat om een website met interessante links op te bouwen: AICweb de voorloper van DuchESS . Een website voor de UBA kon niet uitblijven. De versie van 1997 is nog steeds te zien via The Wayback Machine <http://web.archive.org/web/*/http://www.uba.uva.nl>  Ook in 1995 was ‘content’ belangrijk. Boy kon zijn liefde voor Engelse taal- en letterkunde kwijt in Angloweb. Helaas niet meer up-to-date, er staat nog wel iets op <http://cf.uba.uva.nl/nl/digitalebib/engels/engsel.html >. Wie ‘googlet’ vindt een artikel van Joke Sterringa, zij heeft Angloweb van Boy overgenomen. 

1996: Een boek via internet beschikbaar stellen kon ook niet uitblijven. Het eerste e-boek van de UB: ‘Treasures of Jewish Booklore’  < http://cf.uba.uva.nl/nl/publicaties/treasures/frame.html> 

1996: Natuurlijk deed Boy mee aan het internationale project Webdoc: “opzetten van een betrouwbare service voor het vinden en leveren van complete documenten in elektronische vorm via Internet. Onderzoekers kunnen zo ook hun eigen wetenschappelijke publikaties beschikbaar stellen aan een wereldwijd publiek”. Ook toen voelde uitgevers er niet veel voor. 

1997: Het eerste digitaliseringsproject: Menasseh Ben Israel, de complete collectie verfilmd en op het internet en op cd beschikbaar gesteld. De website wordt nog steeds goed bezocht al zou een fris verfje hem niet misstaan. De nieuwe ontwikkelingen bleven in een rap tempo aan de deur kloppen en Boy had overal ogen en oren naar. Wie weet nog iets van Mecano? Een Europees project dat misschien beschouwd kan worden als een voorloper van de huidige digitale bibliotheek, metazoeken en Z39.50. Helaas geen succes, het was zijn tijd te ver vooruit. 

Boy later:”Heb je mijn nieuwe mobiel al gezien. Mooi hè?”

Categorieën: Bibl. Inf.
getagged: ,

Tineke Sunnotel

donderdag, 7 februari 2008 · 1 Reactie

Irene Polman en ik vonden het wel leuk: zo’n jonge, knappe, net afgestudeerde vakreferent Engels die ons team op de vroegere Studiezaal Moderne Talen kwam versterken. Boy zat achterin de studiezaal in het uiterste hoekje, niet te onderscheiden van alle andere studenten: niks eigen kamer. Ik ben waarschijnlijk een van de weinige collega’s op de UB die Boy vanaf het begin hebben meegemaakt. Hoeveel jaar geleden? Eerst als direkte collega, waarmee ik gezellig in de kantine ging koffiedrinken om hem zich een beetje thuis te laten voelen en met iedereen kennis te maken, een eeuwigheid geleden naar mijn gevoel. Een anglofiel ten voeten uit. Hij heeft voor Irene en mij nog een leeslijst gemaakt van Engelse en Amerikaanse boeken die we beslist moesten lezen om bij te blijven.  Later heb ik hem jaren lang meegemaakt als hoofd van de o.a. door hem ingerichte nieuwe afdeling Bibliografische Informatie, waar het inspirerend werken was met alle nieuwe media waarin Boy altijd het voortouw nam en vergeet vooral onze gezellige feestjes niet op de afdeling tot het moment dat het niet meer mocht wegens brandgevaar, lekkage en ik weet niet meer welke gevaren.Over ijdelheid gesproken: allerlei veel jongere collega’s spreken mij aan om te vragen of Boy misschien een andere baan heeft geaccepteerd en als ik dan zeg dat Boy van een zeer gegunde FUP gaat genieten, dan geloven de meesten dat niet: hij ziet er nog zó jong uit, dat kan toch niet FPU!!!.

Categorieën: Bibl. Inf.
getagged: , , , ,

Lidie Koeneman

donderdag, 7 februari 2008 · 1 Reactie

Van 1 december 1991 tot begin 1997 was Boy mijn direct leidinggevende bij de afdeling Bibliografische Informatie. Boy gedroeg zich niet als een strenge baas. Integendeel. De officiële werktijden bij de afdeling waren van 8.30 uur tot 17.15 met drie kwartier pauze, hetgeen in de praktijk volgens Boy betekende: van 08.37 uur tot 17.07 uur.  Amper in dienst bij de UB (aanstelling van 12 uren, verder werkte ik bij de faculteit wijsbegeerte) vertelde ik, met bezwaard gemoed, dat ik zwanger was. “That’s life” was de laconieke reactie van Boy. Boy wàs voor mij de afdeling Bibliografische Informatie, of AIC, maar de afkorting hiervan weet ik niet meer. Iedere donderdagochtend hadden we onder zijn leiding werkoverleg aan de grote ronde tafel beneden. Van negen uur tot half tien, uiterst efficiënt, en vaak – in mijn herinnering – met gebak. Enkele namen: Willem en Tineke, Mieke Beumer, Betty, Roelof, Cisca, Laval, Ewa, Bert, ondergetekende en later ook Gré. Er heerste een beetje een sfeertje ‘wij’ versus ‘zij’ , waarbij ‘wij’ bibl. inf. waren en ‘zij’ de ‘uitleen’.  Enfin, Boy kreeg steeds meer belangstelling voor elektronische bestanden en internet (als één van de eerste vakreferenten maakte hij een website voor het vakgebied Engels) en het was niet zo vreemd dat hij onze afdeling verliet en beleidsmedewerker werd bij elektronische diensten.  Tsja, alles werd toen anders en in korte tijd was bibl. inf. verleden tijd. Maar ook “that’s life”!

Categorieën: Bibl. Inf.
getagged:

Roelof Jansma

donderdag, 7 februari 2008 · 1 Reactie

Ik weet me heel weinig te herinneren van de periode dat ik met Boy heb samengewerkt bij wat destijds de “Afdeling Bibliografische Informatie” heette en waarvan hij het hoofd was. 

Vernieuwend. Zo in de jaren tachtig kwam er, zeker bij oudere collega’s, nog wel eens wat overtuigingskracht aan te pas om het gebruik van de computer aan te moedigen. Het werken ermee ging niet altijd van een leien dakje. In dat kader werd Boy niet moe een toekomst te schilderen, waarin papier niet meer zou bestaan. Hij bezigde (in het Engels) heel vaak de uitdrukking: the paperless society. We weten nu dat het papierverbruik alleen maar is toegenomen.

De lijnen met de afdeling Automatisering waren heel kort: Boy en het toenmalige hoofd van die afdeling (Schiepers) werkten soms nauw samen aan het ontwikkelen van bepaalde programmatuur. 

 

IJdel. Als het strandweer was nam hij ’s middags graag vrij om naar Zandvoort te gaan. Lekker bruin worden. 

Met pijn in het geheugen.

Categorieën: Bibl. Inf.
getagged: ,