Een herinnering Marcel Proust is mijn lievelingsschrijver – ik lees hem al jaren en aangezien hij het menselijk karakter analyseert zoals een chirurg het mes zet in een hart, lees ik hem ook een beetje om erachter te komen hoe de mensen zijn. Ik ben zelf nogal blind in de omgang met de medemens omdat ik altijd loop te broeden over boeken en andere voorwerpen.De gebeurtenissen in “Op zoek naar de verloren tijd” vond ik jarenlang van ondergeschikt belang. Terwijl ik Proust’s analyse van ons aller drijfveren onovertroffen vond, schreef ik de in mijn ogen onwaarschijnlijke gebeurtenissen toe aan het gegeven dat hij nu eenmaal vrij wel al zijn tijd doorbracht in een doorrookt met kurk bekleed hol. Met name zijn beschrijvingen van de relaties tussen de sexen verbaasden mij, dat was onzin, iets voor boeken maar niet voor het echte leven.Dat Proust zich ook in dat opzicht niet had vergist, bleek toen ik na een lang en over het algemeen gelukkig huwelijk plotseling verliefd werd op een ander op een manier die je een of twee keer in je leven overkomt. Ik ben niet erg spraakzaam over mijn zielsleven maar toen had ik een tijdje de neiging om daarover te willen praten met vrienden. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Goede raad had niemand maar stuk voor stuk had iedereen allerlei affaires & een mening over hoe je zoiets deed. Ik zag dat anders en ben gescheiden en nu heb ik een vrouw die ik aanbid en een dochter van wie ik de slaaf ben. Wat heeft dit met Boy te maken? Boy de Haas is in veel opzichten mijn tegenpool: hij is zeer open over zijn leven dat hem ook nog eens veel heeft geleerd zonder dat hij op die kennis prat gaat – de houding van de wijze. Hij kan goed plat Amsterdams praten en groot geweldig veel bier drinken zonder ooit aan te komen, tegelijk is hij een erudiet die het complete Engelse taalscala beheerst als een goochelaar.En toch had ik ook met hem een Proustiaans moment. Vele jaren geleden was er een feest op de UB op de toenmalige afdeling Zeldzame en Kostbare Werken. Ik werkte daar toen voor de STCN en dus ging ik er ook naar toe, samen met mijn collega’s. Met een daarvan had ik een wat gecompliceerde relatie: daar was ik nog veel eerder verliefd op geweest terwijl we ook nog een tijdje een soortement van relatie hadden gehad. Daarna was ze gaan samenwonen met een vriend, wat eerst heel goed en vervolgens wat minder goed ging. We hadden contact gehouden en ze was bij mij komen werken. Eerst beviel dat goed maar na een aantal jaren steeds minder – dat was mijn schuld maar dat is verder niet zo van belang.Samen met haar kwam ik van dat feestje vandaan, waar we allebei flink wat wijn hadden gedronken – niet dronken maar in een goed humeur en zin in meer: wijn, praten etc. We namen de lift van ZKW naar de begane grond, de deur ging opende en daar stond Boy. En toen zag ik letterlijk een blik als een vonk heen en weer schieten. Wie Proust kent: de blik die uitgewisseld wordt tussen Charlus en Jupien bij hun eerste ontmoeting. Op het gezicht van Boy verscheen vervolgens een uitdrukking die door Proust goed is beschreven als de blik die Swan – op dat moment al bijna dood – werpt op het uitbundige decolete van een gravin. De blik van de kenner, die zich verheugt op het aanlokkelijke onbekende terwijl hij tegelijkertijd herinnerd wordt aan het zoete verleden.De lezer zal begrijpen dat hier iets heel moois is opgebloeid. Dit alles is verleden tijd en als ik Boy mag geloven – wat ik zonder meer doe – zijn die dagen voorgoed voorbij. Rustig, lijkt me, maar ook wel jammer. En nu pensioen. Ik hoop dat hij niet gaat fietsen en wandelen en andere oudelullenpraktijken erop nahouden. Maar dat zal wel loslopen. Lezen met een glas Brand erbij, lekker eten en nadenken. Ik wens hem plezier en geluk – van beide oneindig veel
Paul Dijstelberge
donderdag, 7 februari 2008 · 1 Reactie
Categorieën: Bijzondere Collecties
getagged: amsterdammer, anglofiel, Charmant, Fuifnummer
1 antwoord so far ↓
boy26de // maandag, 11 februari 2008 bij 14:47
Paul, telkens als ik iets van jouw hand lees, denk ik: “die jongen moet zo snel mogelijk een roman gaan schrijven!” Want een blind paard kan zien dat jij talent hebt, jouw stukjes in bijv. UBA-Informatie waren ook juweeltjes, een lust om te lezen. Daar ben ik best wel een beetje jaloers op.
Verder kan ik je gerust stellen: ik ben blij dat ik eindelijk die rot fiets kan laten staan, en dat heel Mestreech vergeven is van dat heerlijke heldere Brand bier. Op naar nieuwe avonturen!