The Modman
Ik leerde Boy kennen toen wij samen college hadden. Dat was ergens achterin de jaren ’60, toen een docent bij het bespreken van een licht erotisch getint gedicht nog aan Christine Capel kon vragen: “Christine, jij bent getrouwd. Wat vind jij van dit gedicht?” Terwijl Boy, al had hij dan een piepjong gezichtje, toch altijd met een heel leuk meisje aan zijn zijde college volgde en ook zonder trouwring vast niet zo maagdelijk was als de rest van de studenten blijkbaar. Waren we in de jaren ’60 misschien veel minder losgeslagen dan iedereen altijd denkt?Een vriendin van mij gaf vrijwel iedereen bijnamen en Boy noemde zij al snel the Modman. Hij was altijd piekfijn gekapt en gekleed, alsof hij zo uit Carnaby Street kwam. Maar verder was hij, althans voor mij, geruststellend Amsterdams, borrelend met Amsterdamse humor.In de jaren ‘80 kwam ik Boy weer tegen, toen ik voor de OWB stage bij hem mocht lopen. Jammer genoeg werd toen net niet meer gepingpongd bij Bibl.Inf. We waren allebei gefascineerd door computers en hij vertelde hoe hem bijna de toegang tot elke computer in het gebouw ontzegd was, nadat hij, als hacker avant la lettre, veel dieper het systeem was binnen gedrongen dan geoorloofd was. En ook geen flauw idee had hoe hij daar weer uit kon komen.
Ik heb altijd het gevoel dat ik mijn aanstelling bij de UvA aan Boy te danken heb. Zijn aanwezigheid in de sollicitatiecommissie was zo vertrouwd, dat ik me gedroeg zoals ik me altijd bij hem gedraag en al snel moest lachen om zijn grapjes, met het gevolg dat die commissie een heel ander beeld van mij gekregen moet hebben dan elke andere sollicitatiecommissie die mij ooit gezien heeft.
Al is Boy nu ouder en grijzer, verder is hij onveranderd: de zorgvuldig uitgekozen kleren, de humor, de leuke meisjes aan zijn zijde (helaas hebben we dat niet meer kunnen volgen sinds de opheffing van Bibl.Inf.), en zijn fascinatie voor boeken (eerste drukken!) en computers. Laatst kwam ik een tweedehandsboekwinkel uit en daar stond Boy voor de etalage, naarstig gegevens controlerend op zijn palmpje: “Geen dubbele exemplaren meer voor mij!”Ik weet niet of de UB hem nog vaak terug zal lokken naar Amsterdam en de vrouwen haalt hij tegenwoordig uit Maastricht, maar die tweedehandsboekwinkels…
1 antwoord so far ↓
boy26de // maandag, 11 februari 2008 bij 16:10
Joke, jou ken ik het langst van al mijn collega’s. Vanaf 1968 al, dus dat is nu reeds 40 jaar!
Ja dat hacken was wat: in die tijd waren er een aantal IBM-terminals verbonden met een IBM-mainframe, en ik had de hand weten te leggen op een klapper waarin allerlei commando’s stonden (voor IBM-kenners: ICCF). Ik vrolijk aan het testen en uitproberen, zonder me te realiseren dat dat het systeem kon laten crashen en vooral zonder te weten dat beneden in de computerruimte een enorme stapel papier, print-outs van mijn handelingen, uit de kettingprinter rolde. Twee dagen kon ik het systeem niet in (mijn account was opgeheven), maar uiteindelijk werd mij het vergeven. Vanaf die tijd noemde het Hoofd Automatisering mij “de jonge onderzoeker”.
Dat jonge is er af, maar ik mag nog graag een onderzoekje plegen. Vooral naar de voorraad vintage paperbacks van tweedehandsboekwinkels, die zullen me sowieso altijd naar Amsterdam blijven lokken.